Het hoge woord is eruit, onderwijsvernieuwingen zijn slecht geweest voor de tere opgroeiende kinderzieltjes en nu weten we het. Het moet op school weer gaan over rekensommen en taallesjes. Objectief getoetst natuurlijk. Hoe we dat moeten doen mogen we zelf invullen op school, maar de politiek beslist wat we onze kinderen gaan leren. Een overheid die invult wat mijn kind moet leren. Hmm heb ik dat niet wel eens eerder gehoord? Dat uniforme, zijn er dan zo veel ouders die twijfelen over wat hun eigen kind moet leren?
Helaas werden de vernieuwingen niet louter van bovenaf opgelegd (volgens onder anderen Kars Veling, schoolleider, voormalig Kamerlid voor de ChristenUnie en oud-lid van de Onderwijsraad) Ook van andere sprekers kwam bijval voor de onderwijsvernieuwingen. De leerling verandert en is lastiger te motiveren met klassiek onderwijs, zeiden ze. Daar moet het onderwijs op inspringen. Komt er dus iets door van onderaf, wordt dat als eerste weer weg geveegd. Onderwijsvernieuwing is immers een gedachte die voortkomt uit een gevoelde noodzaak door een paar freaks en het is zeker geen wetenschappelijk onderbouwde theorie over hoe onderwijs gegeven zou moeten worden.
Over de dynamiek van het onderwijsveld valt veel meer te zeggen. “Neem de Tweede Fase, die werd ingevoerd omdat hogescholen en universiteiten wilden dat scholieren op havo en vwo zelfstandiger leerden werken. Maar zodra de eerste lichting ‘nieuwe’ studenten arriveerde, begonnen de universiteiten te klagen dat ze over te weinig vakkennis beschikten. „Op een gegeven moment hadden we het helemaal met het hoger onderwijs gehad”, zei voorzitter Sjoerd Slagter van de VO-raad, koepel van middelbare scholen.” (quote NRC handelsblad)
De vernieuwingen hebben het onderwijs achtergelaten met meer managers en minder leraren per leerling en de autonomie van de leraar is langzaam afgenomen. Managers maken de dienst uit in de klas. Hoe vaak zeggen we dat wel niet en ik heb ook als verpleegkundige in de zorg gezeten tijdens het invoeren van marktwerking, excact hetzelfde verhaal, de kwaliteit moet beter, dus komen er meer managers in plaats van beroepskrachten. Is er dan niemand die ziet hoe het werkt? Als kwaliteit gemeten moet worden, moet er ook uniform onderwezen (of verpleegd) worden, anders valt er onderzoektechnisch altijd wel iets te zeggen over de onwetenschappelijkheid van die resultaten. Helaas hebben we het over mensen die interactie hebben met mensen, hoezo objectief. Gelukkig hebben we het over mensen die interactie hebben met mensen, hoezo subjectief.
Ook nu vallen we dus doodleuk in dezelfde valkuil. Om te kunnen heersen trekken we de realiteit van het ene standpunt naar het andere standpunt en doen we precies het zelfde. Is er dan niemand die ziet hoe het werkt? Verdelen in juist en niet-juist? In plaats van ons blikveld te verruimen gaan we dus door een andere verrekijker op dezelfde manier precies controleren of het nu wel goed gaat. Dit maal klassikaal en in gescheiden onderwijsvormen? En wederom zonder de autonomie van de leerkracht, ouders, kinderen de ruimte te geven. Zonder vertrouwen, we kunnen niet “laten”, we kunnen niet “niet-doen”. We kunnen niets overlaten aan spontaniteit. Misschien leren sommige kinderen wel veel van een zwakzinnig kind in hun klas, misschien kunnen sommige leerkrachten wel omgaan met de diversiteit van een klas, misschien leren sommige leerlingen wel goed in een leeromgeving waarin hij zelf bepaald hoe en wanneer hij iets wil leren, misschien komen sommige studenten wel tot een andere conclusie dan hun hoogleraar, misschien schrijft een dichter een grammaticaal kromme zin die wel prachtig is, misschien schildert een schilder een schilderij die wiskundig niet correct is, misschien groeit er een kind op die niet wordt wat wij willen dat zij wordt…, misschien verandert de wereld wel
Walter
http://www.youtube.com/watch?v=L2zqTYgcpfg